De schuldbemiddeling en de collectieve schuldenregeling
 

De schuldbemiddeling en de collectieve schuldenregeling


Schuldbemiddeling

Schuldbemiddeling wordt gereglementeerd door de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet en, in het Waalse Gewest, door het decreet van 7 juli 1994 en diens uitvoeringsbesluiten ervan.

Schuldbemiddeling wordt uitgevoerd door advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen en door de wet erkende diensten schuldbemiddeling, hetzij publiek (OCMW) of privé (C.A.W.'s).

Schuldbemiddelaars proberen zo goed mogelijk rekening te houden met de belangen van beide partijen (vervoegenschuldenaar en schuldeiser(s)). De onderhandelingen met hen betreffen hebben de terugbetalingstermijnen, de intrestverminderingen, de financiële boetes en de wettigheid van de schulden.

De bemiddelingstaak begint met een eerste afspraak met een schuldbemiddelaar, waarin een budgetrooster wordt opgemaakt om de financiële situatie goed in te schatten. Op basis van dit onderhoud krijgt de schuldbemiddelaar namelijk zicht op zijn mogelijkheden en beperkingen.

Het budgetopmaak is een volgende fase waarin de schuldbemiddelaar de inkomsten, middelen en lasten nagaat, om te zien of er een deel kan gevonden worden voor het terugbetalen van de schulden naast de prioritaire uitgaven die een menswaardig leven garanderen.

Een overeenkomst wordt getekend, met daarin de verplichtingen van beide partijen, waarop de schuldbemiddelaar zijn mandaat toelicht bij de schuldeisers.



Collectieve schuldenregeling

De collectieve schuldenregeling is in werking sinds 1 januari 1999. Deze procedure kan ingediend worden door iedere fysieke persoon in situatie van overmatige schuldenlast, met uitzondering van handelaars. De vordering tot collectieve schuldenregeling wordt ingeleid door middel van een verzoekschrift dat aan de rechter is gericht. De aanvraagprocedure is helemaal gratis. De rechter beslist of de aanvraag toelaatbaar is. Indien ja, dan stelt hij een schuldbemiddelaar aan (advocaat, notaris, gerechtsdeurwaarder of erkende dienst schuldbemiddeling). Hij waarschuwt de niet-verzoekende echtgenoot, de schuldeisers en derde schuldenaars dat een procedure van collectieve schuldenregeling van start gaat.

De schuldeisers hebben een termijn van een maand om een aangifte van schuldvordering aan de schuldbemiddelaar door te geven. De toelaatbaarheid van een verzoek heeft als gevolg : de gelijkheid onder schuldeisers, de onbeschikbaarheid van het vermogen van de schuldenaar, het verbod om zijn onvermogen te vergroten, en de schorsing van beslag en overdracht van loon. De procedure wordt voortgezet in een of twee fasen, te weten de minnelijke en/of gerechtelijke aanzuiveringsregeling.

De schuldbemiddelaar heeft als taak het vermogen van de schuldenaar te beheren, ofwel door hem het nodige budget te verlenen om het huishouden te onderhouden, ofwel hem door enkel de bedragen te verlenen die de variabele maandelijkse lasten moeten dekken, de vaste lasten (vb. de huur) worden in dit geval betaald door de schuldbemiddelaar. Bij het opstellen van de aanzuiveringsregeling worden enkel de lasten geregeld; de schulden worden terzijde gelaten. Eens de inhoud van het aanzuiveringsplan met de betrokken partijen overeengekomen of door de rechter opgelegd wordt, is de schuldbemiddelaar verantwoordelijk voor de controle en opvolging ervan.

De maximale looptijd voor een aanzuiveringsregeling is vijf jaar. De procedure kan herroepen worden indien de schuldenaar bedrieglijk heeft gehandeld. De kwijtschelding in het raam van een minnelijke regeling kan door de schuldenaar en de schuldeisers geramenlijk worden overeengekomen, zowel wat betreft de hoofdsom als de achterstallige intresten, moratoire intresten en vergoedingen. Bij een gerechtelijke regeling is het de rechter die de bijkomende schuld in zijn geheel of gedeeltelijk kan kwijtschelden (moratoire interest, vergoedingen en kosten)en/of de conventionele intrest tot de wettelijke rentevoet kan verlagen (vastgesteld door de wet op 7%). Hij kan de hoofdsom gedeeltelijk kwijtschelden. Deze kwijtschelding is onderhevig aan strenge voorwaarden; de aanvraag moet uitgaan van de schuldenaar, de aanzuiveringsregeling moet ten minste drie jaar duren, de kwijtschelding hangt af van raming van de baten van de schuldenaar en kan slechts verkregen worden na volledige naleving van de regeling.
Drie soorten schulden worden buiten beschouwing gelaten, te weten: onderhoudsgelden, schulden die een schadevergoeding inhouden voor een lichamelijke schade veroorzaakt door een misdrijf en schulden van een gefailleerde persoon.