Historiek
Het Observatorium is ontstaan in Charleroi. Zijn statuten werden gepubliceerd op 31 maart 1994. Maar de publicatie (...) is verre van het begin van het avontuur. We moeten teruggaan naar 1991, het jaar waarin de eerste observaties en studies in verband met het krediet en de schuldenlast van de gezinnen van start gaan, onder impuls van een kleine groep activisten in Charleroi (Témoignage de première ligne", Robert Geurts, Echos du Crédit, op cit, p.12.).


Het Observatorium ontstaat in de nasleep van de wet van 12 juni 1991 betreffende het consumentenkrediet. Tijdens het debat over deze wet in de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt namelijk verwezen naar de oprichting in Frankrijk van een "Observatoire de l’endettement des ménages" in 1989 en wordt de mogelijkheid besproken om een dergelijke instelling in België op te richten. Het doel is om aan een onafhankelijke instelling van kredietgevers, makelaars en consumentenorganisaties de opdracht te geven om op objectieve wijze een product te beschrijven dat in de samenleving steeds nadrukkelijker aanwezig is, namelijk het consumentenkrediet, en een neutraal uitwisselingsplatform tot stand te brengen om een toenadering tussen antagonisten in de hand te werken. De Koning Boudewijnstichting financiert een haalbaarheidsstudie over de oprichting van een "observatorium voor krediet", uitgevoerd door een gerenommeerd en gedreven onderzoeker, Guy Delvax, die helaas de latere ontwikkelingen van het Observatorium niet zal meemaken.


In deze context was het Observatorium de voor de hand liggende keuze om aan de federale overheid te rapporteren over de wijze waarop de wet van 12 juni 1991 en die van 4 augustus 1992 betreffende het hypothecair krediet toegepast werden en over de jaarlijkse evolutie van verschillende aspecten van de kredietmarkt. Het federale Ministerie van Economische Zaken heeft namelijk aan het Observatorium gevraagd om nader onderzoek te doen naar de vraag naar en het aanbod van krediet (aantal, uitstaande bedrag, types) en naar de relaties tussen krediet en consumptie. Want in het begin van de jaren 1990 vertoont het krediet "een democratisering", maar wordt het toch nog grotendeels gebruikt voor de financiering van bepaalde goederen of diensten. Sindsdien zien we een heel andere evolutie van "kredietproducten".


De Nationale Bank van België beheerde sinds de jaren 1980 een databank over wanbetalingen inzake krediet. De wet van 10 augustus 2001 betreffende de Centrale voor kredieten aan particulieren voegt er een "positief luik" aan toe: vanaf juni 2003 zouden naast de wanbetalingen en de beëindigingen van kredietovereenkomsten bij niet-terugbetaling ook de meeste consumentenkredieten en hypothecaire kredieten in de Centrale geregistreerd worden. Het Observatorium maakte handig gebruik van deze nieuwe bron van informatie en bracht ze in overeenstemming met de gegevens waarover het tot dan toe beschikte en met andere gegevens waarvan de verzameling van start ging volgend op de regionale reglementering van de energiedistributie aan particulieren.


De wet van 12 juni 1991 betreffende het consumentenkrediet bevatte het principiële verbod op schuldbemiddeling om te vermijden dat weinig gewetensvolle en weinig competente personen de financiële wanhoop van gezinnen met overmatige schuldenlast zouden uitbuiten en hun situatie zouden verergeren door hen, meestal zonder succes, exorbitante erelonen afhandig te maken. In de jaren 1980 bereikt de overmatige schuldenlast namelijk stilaan de huishoudens en vertoont ze een zodanige groei dat ze niet langer genegeerd kan worden. Zo behoudt de nieuwe wet de activiteit van schuldbemiddelaar voor aan ministeriële ambtenaren, aan medewerkers van het gerecht en aan de door de bevoegde overheden erkende instellingen. In een gefederaliseerd België waren deze overheden de Vlaamse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap, de Gemengde Gemeenschapscommissie in Brussel en, voor de Franstaligen, de Franse Gemeenschapscommissie en het Waalse Gewest. Met zijn decreet van 7 juli 1994 stelde het Waalse Gewest als eerste de instellingen vast die toestemming konden krijgen om aan schuldbemiddeling te doen en stelde het als eerste de erkenningsvoorwaarden en procedure vast.


In deze institutionele context voelden de gewestelijke overheden bijgevolg ook een sterke behoefte aan verheldering via statistische gegevens en sociologische analyses over het schuldbemiddelingsbeleid dat zij voerden of moesten voeren en via voorstellen voor de preventie en bestrijding van overmatige schuldenlast. Er werd financiële steun toegekend aan instellingen die aan schuldbemiddeling deden; tegelijkertijd kreeg het Observatorium de opdracht om hun algemene technische bijstand te verstrekken, om hun personeel op te leiden, om bijscholingen te organiseren en om jaarlijks voor de Waalse regering en het Waalse parlement een verslag op te stellen met de verzamelde gegevens over personen die een beroep deden op schuldbemiddelingsdiensten.


België had geen gerechtelijke procedure voor de aanpak van de overmatige schuldenlast van natuurlijke personen die geen handelaar zijn. Deze lacune werd opgevuld door de invoering in ons Gerechtelijk Wetboek, met de wet van 5 juli 1998, van bepalingen betreffende de voorwaarden om toegang te krijgen tot en betreffende het verloop van de collectieve schuldenregeling en de regelingen en maatregelen waartoe zij aanleiding moest geven.


De waardigheid waar alle mensen recht op hebben en het evenwicht tussen de belangen van de verschillende actoren van het economische en sociale leven kunnen gezien worden als de hoekstenen van heel wat beleidsmaatregelen op federaal, gewestelijk en Europees niveau. Het is ook dit dat het Observatorium leidt in de verschillende activiteiten die het uitvoert, de initiatieven die het neemt, zoals de aanbevelingen die het doet aan de politieke instellingen en de opdrachten die aan het Observatorium worden toevertrouwd.


De werkzaamheden hebben nood aan een verdieping van de kennis over de schuldenlast van de huishoudens en de analyse van het parcours van personen met overmatige schuldenlast (zoals, bijvoorbeeld, de overmatige schuldenlast bij jongeren of bij hen met overmatige schuldenlast in grote armoede). En het is essentieel om de werking van de schuldbemiddelaars te ondersteunen met de hun ter beschikking gestelde informatie en tools en te zorgen voor een goed budgetbeheer op ruime schaal.